Rapportage 'De aard van het beestje. Kenmerken en achtergronden van dierenmishandelaars.'

10/04/2017

'De kleur van de voordeur en netheid van het huis zegt niets over wat achter de deur plaatsvindt', zegt onze inspecteur Jan Smit vandaag in een artikel in De Volkskrant van 7 april. 'Ik heb ze allemaal voorbij zien komen, ook de directeuren.' Met zijn woorden onderstreept Jan de belangrijkste conclusie van een nieuw rapport over dierenmishandeling: dierenbeulen, ze komen voor in alle lagen van de bevolking. Jong en oud, rijk en arm, man en vrouw.

Het profiel van dierenmishandelaars is erg gevarieerd; er kan niet worden gesproken van dé dierenmishandelaar. Bureau Beke heeft in opdracht van Programma Politie en Wetenschap voor het eerst onderzocht wie die dierenmishandelaars zijn. Ondanks dat in de literatuur voornamelijk over mannelijke dierenmishandelaars wordt gesproken is 1 op de 8 daders een vrouw. In de meeste gevallen gaat het om mishandeling van een hond (57%) of een kat (17%). Hierbij gaat het in meer dan de helft van de gevallen om het eigen dier. De mishandeling bestaat voornamelijk uit slaan, schoppen en/of gooien met het dier. De onderzoekers pleiten op basis van het onderzoek voor meer aandacht voor dierenmishandeling.

Kenmerken dierenmishandelaars
Na een lange zoektocht in verschillende registratiesystemen van diverse instanties zijn de kenmerken en achtergronden van 97 dierenmishandelaars in beeld gebracht. De gegevens van de instanties zijn ook gebruikt om een beeld te geven van de aard en omvang van dierenmishandeling. Vervolgens is er bij meerdere deskundigen vanuit verschillende organisaties informatie verzameld om hun kennis en ervaring op te tekenen en om de resultaten te duiden. Uiteraard is er ook gesproken met de leiding van de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming en zijn er vragenlijsten afgenomen bij taakaccenthouders dierenwelzijn van de Nationale Politie en bij chauffeurs van de dierenambulances.

De kenmerken en achtergronden van dierenmishandelaars zijn divers. De leeftijdsrange van de dierenmishandelaars loopt uiteen; de jongste is 7 en de oudste is 85 jaar. De dierenmishandelaars zijn gemiddeld 34 jaar oud ten tijde van het plegen van de dierenmishandeling. Dierenmishandelaars zijn geen criminelen pur sang. Integendeel, de helft is volgens politiegegevens te beschouwen als ‘first offender’; ze hebben behalve het dierenfeit, geen andere HKS-registratie (herkenningsdienstsysteem). Van deze groep zou in theorie kunnen worden verwacht dat zij later wel ernstiger delicten kunnen gaan plegen, hoewel een deel ouder is dan 30 jaar. De andere helft van de dierenmishandelaars plegen – over het geheel genomen – allerlei vormen van criminaliteit. Hierbij valt vooral het aandeel van de vermogensmisdrijven (34%) en geweldsmisdrijven (23%) op. Slechts bij negen personen is vastgesteld dat er naast dierenmishandeling ook sprake is van huiselijk geweld. Het is dus zaak om ook buiten de context van huiselijk geweld te kijken naar dierenmishandelaars teneinde een compleet beeld te verkrijgen van het fenomeen. Wat ook opvalt, is dat de plaats van de dierenmishandeling binnen de totale criminele carrière vaker aan het eind ervan dan aan het begin ervan is, althans voor zover dat is op te maken uit de politieregistraties.

Alcohol en drugs
De dierenmishandelaars ervaren in de meeste gevallen problemen op verschillende leefgebieden. Ondanks dat de registraties matig gevuld zijn, blijkt een aanzienlijk deel van de mishandelaars werkeloos te zijn (40%) en/of schulden te hebben (40%). Ook is er regelmatig alcohol- en/of (soft-)drugs in het spel te zijn tijdens de dierenmishandeling. Opvallend is dat een derde van de mishandelaars agressieregulatieproblemen heeft en ook impulscontrolestoornissen (18%) en een gebrek aan sociale vaardigheden (18%) komen voor.

Volgens de onderzoekers van bureau Beke is de ‘puzzel’ rondom de persoon van de dierenmishandelaar nog niet opgelost, maar geeft dit eerste onderzoek een goede aanzet voor verdere studie naar het fenomeen dierenmishandeling en de plegers ervan. Wel wordt geconstateerd dat alertheid bij de taakaccenthouders én bij de surveillancedienst van de politie kan leiden tot een betere signalering van dierenmishandeling. Ook zeggen de opstellers van het rapport dat het belangrijk is dat de kennis en kunde van alle politiefunctionarissen die met dierenmishandeling te maken kunnen krijgen op peil wordt gebracht en gehouden. “Idealiter zou een database kunnen worden opgezet om zaken van dierenmishandeling consequent te registreren. Tot slot is het belangrijk dat de politie voldoende tijd krijgt om dierenmishandelingzaken op te pakken en te onderzoeken”.

Landelijke Expertisecentrum Dierenmishandeling
Deze week werd ook bekend dat er een speciaal meldpunt voor dierenartsen gaat komen waar vermoedens van dierenmishandeling kunnen worden neergelegd. Volgens de initiatiefnemers is het een nieuwe manier om dierenmishandeling aan te pakken. Dierenartsen kunnen foto’s doorsturen waarna een team van forensisch experts en veterinair pathologen ze bekijkt. Zij adviseren vervolgens de arts of het om mishandeling gaat. De dierenarts kan dan met meer zekerheid een melding doen bij de politie. 

Bron: Dierenbescherming