Toezicht en afspraken

Goede doelen pakken problemen in de samenleving aan. Geld moet op de juiste plek terechtkomen. Daar moet openheid over zijn. Transparantie (openheid), regels en toezicht moeten zorgen voor een goede werkwijze van goede doelen en vertrouwen bij het publiek.

Erkenningsregeling goede doelen

Voor goede doelen zijn er nu verschillende keurmerken* met verschillende criteria. Dat maakt het er voor het publiek niet makkelijker op. Wat houden die keurmerken in? Is de ene beter dan de andere? Vanaf 1 januari 2016 is er een erkenningsregeling voor goede doelen die de bestaande keurmerken vervangt en beter past bij deze tijd.

Met één erkenningsregeling is het voor iedereen meteen duidelijk of een organisatie erkend is of niet. Alle goede doelen zijn volgens dezelfde normen beoordeeld. Bovendien is er meer aandacht voor resultaat en impact. Het overgrote deel van de sector heeft (nog) geen keurmerk. Met de brede werking van het nieuwe stelsel en de toegankelijkheid ervan is het voor elke fondsenwervende organisatie mogelijk om zich aan te sluiten.

Het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF) is aangewezen als de toezichthouder. Het CBF is een onafhankelijke particuliere organisatie die bestaat sinds 1925. De Raad voor Accreditatie controleert het CBF. Elke goededoelenorganisatie die aantoonbaar aan de normen voldoet kan zich bij het CBF laten erkennen. 

* Van alle goede doelen die op dit moment een keurmerk hebben zijn de meeste aangesloten bij het CBF. In december 2015 hadden 381 organisaties een keurmerk, certificaat of verklaring van het CBF. Naast het CBF-keurmerk zijn er nog twee 'keuren': het Keurmerk Goed Besteed en RfB-keur (Raad voor Financiële Betrouwbaarheid). Elk keurmerk stelt eigen eisen.
Goededoelenorganisaties die lid zijn van Goede Doelen Nederland zijn alle in het bezit van een vorm van erkenning van het CBF of de verklaring aspirant-lidmaatschap Goede Doelen Nederland. Dat is namelijk een voorwaarde om lid van Goede Doelen Nederland te worden.

Zelfregulering

Goede doelen die zijn aangesloten bij een branchevereniging, hebben onderling afspraken gemaakt over wat wel en niet kan. Ze doen aan zelfregulering. Deze afspraken liggen vast in gedragscodes en richtlijnen. De Code Goed Bestuur van Goede Doelen Nederland (ook wel code Wijffels genoemd) is voor een groot deel opgenomen in het CBF-keurmerk.

Het IF (Instituut Fondsenwerving) heeft een eigen gedragscode. Dit geldt ook voor de FIN (Vereniging van Fondsen in Nederland) de belangenvereniging van vermogensfondsen. Ook kerkgenootschappen hebben eigen regels. Ze zijn verenigd in het CIO (Interkerkelijk Contact in Overheidszaken).

De organisaties Goede Doelen Nederland, IF, FIN en CIO werken met elkaar samen in de stichting Samenwerkende Brancheorganisaties Filantropie (SBF). Deze organisaties en hun leden/achterban worden ook wel de filantropische sector genoemd.

Overheid

Goede doelen zijn onafhankelijke organisaties maar overleggen wel vaak met de overheid. Met name voor overleg met de overheid hebben de brancheorganisaties Goede Doelen Nederland, IF, FIN en CIO in 2011 de stichting Samenwerkende Brancheorganisaties Filantropie (SBF) opgericht. Alle goede doelen hebben te maken met drie ministeries, te weten het ministerie van Veiligheid en Justitie (over verantwoording en het tegengaan van fraude), het ministerie van Economische Zaken (over consumentenzaken) en het ministerie van Financiën (belastingzaken).

De rol van de overheid is belangrijk omdat zij regels stelt aan organisaties als zij van belastingvoordelen gebruik willen maken. Vooral voor de zogenaamde ANBI’s is dat het geval. Via de Belastingdienst houdt de overheid toezicht op de naleving van de belastingregels die voor goede doelen gelden. Per 1 januari 2014 stelt de Belastingdienst ook een aantal minimumeisen aan de gegevens die Algemeen Nut Beogende Instellingen (ANBI’s) moeten publiceren.