Stijging aantal dierproeven; vooral meer muizen en zebravissen

Uit cijfers van de NVWA blijkt dat het aantal dierproeven in 2017 is met bijna 18% gestegen. Ondanks de ambitie om in 2025 zoveel mogelijk dierproefvrij onderzoek te doen.

Van daling in 2016 naar stijging in 2017

In 2017 waren ruim 477.500 dierproeven. Het jaar ervoor waren het er 403.300. Het valt op dat er steeds meer huisdieren gebruikt worden, zoals katten en honden. Hiervoor werden 909 honden en 202 katten gebruikt, terwijl een jaar ervoor het er 656 en 89 waren.

De top 5 van meest gebruikte dieren voor onderzoek in 2017:

  1. muizen (205.993/ 43,1%)
  2. ratten (91.537/ 19,2%)
  3. vogels, kippen en huishoenders (76.853/ 16,1%)
  4. zebravissen (52.024/ 10,9%)
  5. andere vissen (25.887/ 3,3%)

Grootste stijgers

De grootste stijging ten opzichte van 2016 in aantallen proeven zijn proeven met zebravissen, muizen, cavia’s en konijnen. De toename voor zebravissen en muizen lijkt vooral te komen door kankeronderzoek waarin deze dieren gebruikt worden. Een groot gedeelte van de gebruikte muizen zijn hiertoe genetisch gemodificeerd.

Dood

Bijna 90 procent van de dieren overleeft de proeven niet, of worden later afgemaakt. Dit geldt ook vooral voor ratten en muizen. Van de 909 honden bleef iets meer dan de helft in leven, van de 200 katten overleefden er 133.

Bron: Proefdiervrij

ABONNEER JE OP DE NIEUWSBRIEF

Blijf op de hoogte van het nieuws en informatie over het werk van goede doelen.