Beleggingen en reserves

Goede doelen werken elke dag hard aan het realiseren van veel verschillende maatschappelijke doelen. Hiervoor doen zij een beroep op de steun van het publiek. Goede doelen besteden en beheren het geld dat zij ontvangen op verantwoorde wijze. Zij zijn zich er van bewust dat donateurs verwachten dat zij het ontvangen geld snel en efficiënt besteden.

Vaak zit er wel enige tijd tussen het binnenkomen van het geld en het besteden ervan. Goede doelen passen hierbij de Richtlijn Financieel Beheer Goede Doelen toe. De richtlijn heeft betrekking op reserves en fondsen en het verantwoord beheer daarvan. Hierbij gaat het om alle vormen van beheer, dat wil zeggen alle spaar- en andere beleggingsvormen. De richtlijn is opgenomen in de Erkenningsregeling, waarvan de naleving door het CBF Toezichthouder van goede doelen wordt getoetst.

Goede doelen worden geacht een reserve aan te houden voor het borgen van de continuïteit. In bepaalde gevallen worden reserves aangelegd, omdat een zorgvuldige besteding tijd vraagt of dat verplichtingen voor een reeks van jaren worden aangegaan. Er zijn duidelijke regels voor de vorming van reserves. Uitgangspunt is dat er geen reserves mogen worden gevormd zonder een vooraf bepaalde bestemming.

De ontvangen gelden moeten ook op een verantwoorde manier worden beheerd. Goede doelen maken daarbij bewuste keuzes ten aanzien van de periode en de risico's en van welke van spaar- en/of beleggingsvormen gebruik wordt gemaakt. Ook wordt aandacht besteed aan het maatschappelijk verantwoorde karakter van eventuele beleggingen. De organisatie legt daar verantwoording over af.