Steeds minder boeren en steeds meer megastallen in Nederland
De afgelopen vier jaar verdwenen 3.701 veebedrijven: een daling van zestien procent. In dezelfde periode kwamen er 105 megastallen bij: een stijging van elf procent. Dat blijkt uit een nieuwe analyse van Wakker Dier, gebaseerd op cijfers die Wageningen Environmental Research voor de dierenwelzijnsorganisatie samenstelde. “Met elke megastal die erbij komt, raakt een dierwaardige toekomst nog verder uit het zicht,” zegt Dennis Vink van Wakker Dier.
Op 1 april 2025 telde Nederland 1.095 megastallen. De ontwikkeling verschilt sterk per diersoort. De afgelopen vier jaar daalde het aantal megastallen voor kalveren, varkens en kippen. Voor melkkoeien en melkgeiten nam het juist toe. Inmiddels leeft in Nederland één op de zeven melkkoeien en bijna de helft van de geiten in een megastal.
Melkveehouderij steeds intensiever
In vier jaar tijd kwamen er 146 megastallen met melkkoeien bij, waarmee het totaal uitkomt op 660. Daardoor steeg het aantal melkkoeien dat in een megastal leeft met dertig procent. Vink: “De drastische intensivering in de melkveehouderij is opvallend en zorgelijk. Het romantische beeld van de kleinschalige melkboer gaat voor de meeste melkveebedrijven allang niet meer op. Dit is industrie: meer koeien, meer melk, meer massa.”
De prijs voor het dier
Megastallen kenmerken zich door de sterke focus op zo goedkoop mogelijke productie. Vink: “Ze zijn hét symbool voor de industrialisatie van de sector. Hoe meer focus op massa, hoe minder aandacht voor het individu.” Koeien op grotere melkveebedrijven krijgen gemiddeld minder weidegang. Ook ligt de kalversterfte vaker structureel hoog en bevat de melk volgens recent Nederlands onderzoek meer ontstekingscellen – een teken van meer uierontsteking.
Opschalen of verdwijnen
Door de intensivering van de veehouderij halveert het aantal boerderijen grofweg elke twintig jaar. Die trend zette de laatste vier jaar door met een krimp van zestien procent. Relatief daalde het aantal varkensboeren het hardst (29 procent), maar in absolute aantallen verdwenen de meeste melkveebedrijven: 1.823. De bedrijven die overblijven, houden steeds meer dieren. Vink: “Niet alleen de dieren, maar ook de boeren zitten vast in dit systeem. Het is opschalen, of verdwijnen.”
Plofkip-campagne werpt vruchten af
Het totale aantal dieren in een megastal daalde met zeventien procent. Die daling komt vrijwel volledig op het conto van de pluimveesector. Mede dankzij de jarenlange plofkipcampagne van Wakker Dier stapten veel vleeskuikenhouders over op het Beter Leven keurmerk. Ze houden minder kippen per vierkante meter, waardoor hun stallen niet langer als megastal kwalificeren. Op 1 april 2025 leefden een miljoen vleeskuikens minder in een megastal dan vier jaar eerder.
Brabant blijft megastal-hoofdstad
De toename van megastallen verschilt sterk per provincie. In absolute aantallen kwamen er de meeste bij in Friesland, met een groei van 143 naar 180 megastallen. Noord-Brabant blijft met 299 stuks de onbetwiste megastal-hoofdstad van Nederland. Zeeland telt met 21 stuks de minste megastallen, maar kende wel een forse relatieve groei van 50 procent. In Limburg leeft 37 procent van alle dieren in de veehouderij in een megastal — het hoogste aandeel van alle provincies, vooral door megastallen voor legkippen en zeugen.
Wat is een megastal?
Een locatie geldt als megastal wanneer het aantal gehouden dieren bepaalde drempels overstijgt: meer dan 220.000 vleeskuikens, 120.000 leghennen, 250 melkkoeien, 2.500 vleeskalveren, 1.500 melkgeiten, 1.200 fokvarkens of 7.500 vleesvarkens. In de praktijk gaat het vaak niet om één gebouw, maar om een complex van meerdere grote stallen op hetzelfde boerenerf. Wakker Dier pleit al jaren voor een verbod op megastallen en voor een dierwaardige veehouderij.
Het rapport ‘Megastallen in Nederland (2026)’ is hier te downloaden.
Bron: Wakker Dier